Vanuit de Friese Beweging wordt in 1928 de  Algemiene Kommisje foar Frysk Underrjocht opgericht, afgekort AFUK. De commissie krijgt twee taken: Fries onderwijs verzorgen voor de hoogste klassen van de lagere scholen en cursisten opleiden tot de Friese akte om daarmee Friese les te kunnen geven.

In de jaren ’60 komen daar de cursussen voor niet-Friestaligen bij en als het vak Fries in het voortgezet onderwijs wettelijk mogelijk wordt gemaakt, worden ook daar leermiddelen voor ontwikkeld. Naast cursusinstituut wordt de Afûk in de jaren ’70 dan ook uitgever van leermiddelen en andere uitgaven, en komt er een winkel voor deze uitgaven.

Het cursusaanbod wordt langzamerhand groter en als uitgever maakt de Afûk een grote sprong door het uitgeven van een groot aantal prentenboeken voor kinderen. De jaren ’90 staan in het teken van verdere professionalisering en een efficiëntere organisatie. Nadat in 1990 Utjouwerij Fryslân wordt overgenomen, geeft de Afûk ook literaire werken uit en zorgt het voor een meer eigen Friese kinderboekenschrijverscultuur.

Om het draagvlak voor het Fries in Friesland te vergroten, wordt in deze tijd ook het Stipepunt Frysk (steunpunt Fries) aan de Afûk toegevoegd. In eerste instantie betekent dat het verzorgen van de friestalige F-side in de Friese dagbladen, maar ook projecten als Tomke en Datwiedoesa, het geven van adviezen over taalbeleid en voorlichting over meertalig opvoeden horen daarbij.

Ter gelegenheid van het 90 jarig bestaan van de Afûk verschijnt er in 2018 een speciale uitgave van de Moanne.